ECLI:NL:RVS:2026:6075
Raad van State · 14-10-2026 · zaaknummer 202501858/1/A2
Inhoudsindicatie
De erven hebben het college van burgemeester en wethouders van Putten op 1 januari 2023 verzocht om vergoeding van de schade die zij hebben geleden als gevolg van de aan [persoon B] en [persoon A] opgelegde last onder dwangsom. Het college heeft bij besluit van 20 oktober 2021 aan [persoon B] en [persoon A], de ouders van de erven, een last onder dwangsom opgelegd. De ouders bewoonden permanent een recreatiewoning op het perceel [locatie], wat in strijd was met het bestemmingsplan en waarvoor geen omgevingsvergunning was verleend. De last onder dwangsom beoogde het gebruiken van het perceel en de daarop aanwezige opstallen voor huisvesting van personen die het gebruiken als centrum van hun sociaal maatschappelijk leven te beëindigen. Bij besluit van 6 april 2022 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dat besluit is met de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 februari 2023 in rechte vast komen te staan.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
