ECLI:NL:RVS:2026:5867
Raad van State · 07-10-2026 · zaaknummer BRS.26.004097
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De minister heeft het verzoek om internationale bescherming van 30 januari 2026 van appellant niet in behandeling genomen, omdat Zweden daarvoor op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Appellant heeft eerder, op 29 augustus 2025, ook een verzoek om internationale bescherming ingediend in België. Het besluit waarin de Belgische autoriteiten hebben bepaald dat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van dit verzoek is in rechte vast komen te staan. Appellant is op 30 oktober 2025 door de Belgische autoriteiten overgedragen aan Zweden. Vervolgens is hij naar Nederland gereisd en heeft hij voorliggend verzoek om internationale bescherming ingediend.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
