ECLI:NL:RVS:2026:5631
Raad van State · 23-09-2026 · zaaknummer 202407023/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 17 mei 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding van € 5.343,86 (inclusief btw, wettelijke rente en bijkomende kosten) toegekend voor mijnbouwschade aan zijn woning. [appellant] heeft op 29 september 2020 een aanvraag om vergoeding van aardbevingsschade ingediend bij het Instituut. Het Instituut heeft geen schadevergoeding toegekend voor schades 19, 21, 28, 35, 36, 52 en 62 (scheurvorming in knieschotten op de eerste etage van de woning) en stelt niet bevoegd te zijn over deze schades te oordelen. De schades zijn eerder beoordeeld door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM). Het Instituut is dan niet bevoegd om een aanvraag om vergoeding van schade te behandelen. Dat staat in artikel 2, vierde lid, van de Tijdelijke wet Groningen (TwG). Tussen partijen is niet in geschil dat het bij deze schades gaat om identieke, niet verergerde schades, waarvoor een schadevergoeding is toegekend door de NAM. Het geschil ziet op de vraag of het Instituut toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule uit artikel 2, vijfde lid, van de TwG. [appellant] stelt recht te hebben op een hogere schadevergoeding voor een ingrijpende aanpassing van de dakconstructie. Hij betoogt dat met de kennis van nu de schadeafhandeling door de NAM onjuist was.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
