ECLI:NL:RVS:2026:5358
Raad van State · 09-09-2026 · zaaknummer 202504828/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 februari 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven afgewezen. [appellant] heeft op 7 augustus 2023 verzocht om een uitkering uit het schadefonds omdat hij als beschermingsbewindvoerder het slachtoffer van arbeidsuitbuiting is geworden. [appellant] heeft toegelicht dat hij vanaf 2011 werkzaam is geweest als bewindvoerder en door de gewijzigde wet- en regelgeving zijn werkzaamheden moest uitvoeren tegen een vastgesteld aantal uren (17 uur per cliënt per jaar) en een daarbij behorend tarief. Dit was ontoereikend, vooral omdat zijn cliënten vaak meerdere zware problemen hadden. Hierdoor heeft hij meer uren gewerkt dan hij vergoed kreeg, waardoor zijn gemiddelde uurloon onder het wettelijk minimumloon kwam te liggen. Daarbij kwam dat hij geen opstartkosten in rekening mocht brengen als hij dossiers van andere bewindvoerders overnam. Ook was het voor hem onduidelijk wanneer hij als bewindvoerder aansprakelijk kon worden gesteld, omdat een concrete taakomschrijving ontbreekt in de wet. [appellant] wil ook een vergoeding voor de psychische klachten, die veroorzaakt zijn door bedreigingen door cliënten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
