ECLI:NL:RVS:2026:5010
Raad van State · 26-08-2026 · zaaknummer 202407472/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 januari 2024 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellant] is geboren op [geboortedatum] in Turkije. Hij verkreeg de Nederlandse nationaliteit door als minderjarige te delen in de naturalisatie van zijn vader en behield daarbij zijn Turkse nationaliteit. Op 14 november 2011 is aan [appellant] voor het laatst een Nederlands paspoort verstrekt. Op 6 december 2023 heeft [appellant] een aanvraag voor een Nederlands paspoort ingediend. De minister heeft geweigerd om deze aanvraag in behandeling te nemen. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat [appellant] ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) het Nederlanderschap niet meer bezit. Volgens de minister heeft hij het Nederlanderschap van rechtswege verloren op 14 november 2021 omdat hij zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit had en hij op dat moment gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Turkije. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er in de procedure over een paspoortaanvraag geen ruimte bestaat voor een Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
