ECLI:NL:RVS:2026:4162
Raad van State · 15-07-2026 · zaaknummer 202305454/1/R1
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 21 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe het verzoek om handhaving van de stichting afgewezen. De stichting heeft op 6 maart 2020 een verzoek om handhaving ingediend dat ziet op het gebruik van een bijgebouw op het perceel [locatie] in Epe (het perceel) voor recreatieve bewoning. Ook ziet het verzoek op het overschrijden van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel. [partij] woont op en is eigenaar van het perceel. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep alleen ziet op het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar ten aanzien van het gebruik van het bijgebouw. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college het bezwaar van de stichting terecht niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de rechtbank kan de stichting niet als belanghebbende worden aangemerkt omdat geen sprake is van feitelijke werkzaamheden die de stichting verricht met het oog op de behartiging van haar doelstelling in de periode voorafgaand aan de indiening van het bezwaarschrift.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
