ECLI:NL:RVS:2026:3935
Raad van State · 15-07-2026 · zaaknummer 202306418/1/R4
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 30 april 2019 en 23 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de verzoeken van [appellant sub 1] om handhavend op te treden afgewezen. Bij besluit van 22 augustus 2019 heeft het college het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden toegewezen. [appellant sub 1] is eigenaar van het pand [locatie A] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie B] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie A] en [locatie B], en de door [appellant sub 1] gesloopte achtergevel van [locatie A]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant sub 1] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
