ECLI:NL:RVS:2026:2757
Raad van State · 13-05-2026 · zaaknummer 202503954/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 juli 2024 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag van [appellant] om vergoeding van bijkomende kosten afgewezen. Op 29 juni 2024 heeft [appellant] een aanvraag ingediend bij het Instituut voor een vaste vergoeding van € 10.000,00. Daarnaast heeft hij eveneens op 29 juni 2024 bij het Instituut een vergoeding van totaal € 9.896,00 aan bijkomende kosten in verband met de afhandeling van de schade aan zijn woning aangevraagd. Daarbij gaat het om kosten voor het thuisblijven tijdens de herstelwerkzaamheden en voor het huren van een alternatieve overnachtingsplek. [appellant] heeft op 16 juli 2024 de vaststellingsovereenkomst ondertekend. Het Instituut heeft daarna op 16 juli 2024 besloten de vaste eenmalige vergoeding van € 10.000,00 toe te kennen. Zowel in het besluit als in de vaststellingsovereenkomst is vermeld dat de vergoeding van € 10.000,00 een eenmalige en finale vergoeding is voor alle schade, bijkomende kosten, materiële gevolgschade en overlast.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
