ECLI:NL:RVS:2026:2253
Raad van State · 22-04-2026 · zaaknummer 202503388/1/V6
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 23 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (het naturalisatieverzoek) afgewezen. [appellant] heeft op 6 maart 2023 het naturalisatieverzoek ingediend. De minister heeft dit verzoek afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (de RWN), omdat ernstige vermoedens bestaan dat [appellant] een gevaar vormt voor de openbare orde. [appellant] is namelijk binnen de rehabilitatietermijn van vijf jaar als bedoeld in de Handleiding RWN meerdere keren strafrechtelijk veroordeeld voor misdrijven. Volgens de minister doen zich geen bijzondere omstandigheden voor die maken dat hij in afwijking van het beleid in de Handleiding RWN toch het Nederlanderschap aan [appellant] moet verlenen. Daarnaast heeft de minister het naturalisatieverzoek afgewezen op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN, omdat [appellant] niet als voldoende ingeburgerd kan worden beschouwd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het naturalisatieverzoek op deze beide grondslagen mocht afwijzen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
