ECLI:NL:RVS:2026:2073
Raad van State · 15-04-2026 · zaaknummer 202405862/1/A3
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een ligplaatsvergunning verleend voor het woonschip van [partij] op de locatie [locatie]. Het college heeft aan [partij] een ligplaatsvergunning verleend voor het woonschip [naam] op het adres [locatie], dat hij heeft gekocht van de vorige houder van de ligplaatsvergunning voor dat woonschip op dat adres en wiens ligplaatsvergunning met afgifte van deze ligplaatsvergunning is vervallen. [appellant] heeft hiertegen bezwaar gemaakt, omdat hij ook de wens had om een ligplaatsvergunning te krijgen op deze locatie. Het college heeft het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij volgens het college niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. [appellant] is het niet eens met de besluitvorming.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
