ECLI:NL:RVS:2026:1701
Raad van State · 25-03-2026 · zaaknummer 202502802/1/A2
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie over het jaar 2014. [appellant] heeft zich op 24 oktober 2020 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van zijn recht op kinderopvangtoeslag over het jaar 2014. De Dienst Toeslagen heeft dit verzoek voorgelegd aan de Commissie van Wijzen (hierna: de CvW). De CvW is in haar advies van 14 april 2022 tot de conclusie gekomen geen sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen of hardheid van het stelsel. De Dienst Toeslagen heeft onder verwijzing naar dit advies het verzoek om compensatie van [appellant] afgewezen. Het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar heeft de Dienst Toeslagen onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftenadviescommissie ongegrond verklaard. Omdat [appellant] minder opvanguren heeft afgenomen en een hoger gezinstoetsingsinkomen had, dan waar in de berekening van de voorschotten van was uitgegaan, is het recht op kinderopvangtoeslag bij definitieve beschikking verlaagd vastgesteld en is de teveel ontvangen kinderopvangtoeslag teruggevorderd.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
