Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law

ECLI:NL:RBZWB:2026:8012

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20-08-2026 · zaaknummer BRE 23/8953, BRE 23/8954, BRE 23/8955

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 21-08-2026
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Aan belanghebbende zijn naheffingsaanslagen OB opgelegd over de tijdvakken tussen 1 januari 2014 tot en met 31 december 2017 in verband met bedragen die belanghebbende in deze periode op zijn bankrekening heeft ontvangen. De inspecteur heeft daarnaast een verzuimboete en een vergrijpboete opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende dient te worden aangemerkt als ondernemer voor de OB. Het betoog van belanghebbende dat de bedragen niet aan hem toekwamen, maar moesten worden doorbetaald volgt de rechtbank niet. Belanghebbende heeft geen aangiften omzetbelasting ingediend, terwijl hij hiertoe wel was uitgenodigd. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij binnen de aangiftetermijn gemotiveerd te kennen heeft gegeven dat hij geen aangifte hoefde te doen, omdat hij geen ondernemer zou zijn. Dit betekent dat belanghebbende niet de vereiste aangiften heeft gedaan. De naheffingsaanslagen zijn naar het oordeel van de rechtbank opgelegd op basis van een redelijke schatting. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat de naheffingsaanslagen te hoog zijn vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslagen terecht en niet tot te hoge bedragen zijn opgelegd. Ook de beide boeten zijn naar het oordeel van de rechtbank terecht opgelegd.

Rechters

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.