ECLI:NL:RBZWB:2026:7932
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 14-08-2026 · zaaknummer BRE 26/3291
Inhoudsindicatie
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van 4 december 2025 (het bestreden besluit), over een door het college aan vergunninghoudster verleende omgevingsvergunning voor het oprichten van 69 woningen in het gebied gelegen tussen de X en de Y in Z. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter daarnaast verzocht om een voorlopige voorziening. Op zitting heeft verzoeker desgevraagd bevestigd dat de omgevingsvergunning binnen de planregels past. De voorzieningenrechter ziet ook geen aanleiding om strijd met de planregels aan te nemen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter moest het college de omgevingsvergunning daarom verlenen. Voor wat betreft ‘de vleermuizen’, oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. Met de invoering van de Omgevingswet is de zogeheten ‘onlosmakelijke samenhang’ komen te vervallen. Of vergunninghoudster naast deze verleende omgevingsvergunning nog een vergunning nodig heeft, is haar verantwoordelijkheid. Dit raakt niet de rechtmatigheid van de verleende omgevingsvergunning. Verzoek afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- mr. M.J.C. Mol
- mr. T.E.P.A Lam
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
