ECLI:NL:RBZWB:2025:3787
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 17-06-2025 · zaaknummer BRE 24/7630
Inhoudsindicatie
Deze uitspraak gaat over de vraag of het college terecht het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het college vindt dat het bezwaar te laat is ingediend. Eiseres is het daar niet mee eens. De rechtbank oordeelt dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Tussen partijen is niet in geschil dat het besluit van 24 november 2023 is verzonden naar het adres waarop eiseres in de Brp stond ingeschreven. Bij die inschrijving was de aantekening “in onderzoek” opgenomen. Die aantekening houdt in dat er twijfel bestaat over de juistheid van het adres van eiseres en dat de gemeente onderzoek doet naar haar feitelijke verblijfplaats. Dat laat echter onverlet dat het college het besluit mocht verzenden naar het in de Brp vermelde adres, nu dit het laatst bekende adres van eiseres was en geen ander adres aan het college bekend was gemaakt of anderszins bekend was geworden. De rechtbank is van oordeel dat het college aan zijn bekendmakingsverplichting heeft voldaan door het besluit te verzenden naar het adres waarop eiseres in de Brp stond ingeschreven. Met die verzending is het besluit op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt als bedoeld in artikel 3:41 van de Awb, waardoor de bezwaartermijn op 25 november 2023 is aangevangen. Tussen partijen is niet in geschil dat het bezwaarschrift op 23 mei 2024 is ontvangen. Daarmee is het bezwaar buiten de wettelijke termijn van zes weken ingediend en dus niet tijdig.
Rechters
Advocaten
- mr. A.C. van Langen
- mr. M.F.M. van Gansen
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
