ECLI:NL:RBROT:2026:4616
Rechtbank Rotterdam · 07-04-2026 · zaaknummer FT-RK 26-124
Civiel recht; InsolventierechtGepubliceerd 20-04-2026
Inhoudsindicatie
Het centrum van voornaamste belangen is in Nederland gelegen. Het vermoeden van artikel 3 lid 1 van de EU Insolventieverordening is niet weerlegd. Aan het beroep op art 21 Rv worden geen gevolgen verbonden. Geen misbruik van bevoegdheid. Het onbetaald laten van opeisbare vorderingen is summierlijk vast komen te staan.
Rechters
Advocaten
- mr. A. Ammerlaan
- mr. B.J. van Egmond
- mr. J. Smael
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
