ECLI:NL:RBROT:2026:12169
Rechtbank Rotterdam · 16-09-2026 · zaaknummer 10-178494-25
Inhoudsindicatie
Veroordeling voor artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW). De verdachte heeft aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gereden en heeft daarmee een verkeersongeval veroorzaakt dat aan haar schuld te wijten is. Zij heeft met haar auto met een te lage snelheid en met onvoldoende aandacht voor het overige verkeer een afrit genomen en heeft dit gedaan over een doorgetrokken lijn via het tussenliggende gedeelte tussen de hoofdrijbaan en de gecombineerde in- en uitvoegstrook. Als gevolg hiervan is op deze in-/uitvoegstrook een andere weggebruiker tegen de achterzijde van de auto van de verdachte gebotst, waarbij één slachtoffer (dat rechts achterin de auto van de verdachte zat) is overleden en twee slachtoffers zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen. De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor 240 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar, met een proeftijd van één jaar. Daarnaast moet de verdachte een vergoeding voor affectieschade betalen aan de echtgenote, dochter en moeder van het overleden slachtoffer. De zus en broer van het overleden slachtoffer worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, omdat onvoldoende is onderbouwd dat is voldaan aan het vereiste van artikel 6:108, vierde lid, sub g BW.
Advocaten
- mr. R. Shahbazi Officier
- mr. S. Aksu-Ari Advocaat
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
