ECLI:NL:RBROT:2026:10787
Rechtbank Rotterdam · 03-08-2026 · zaaknummer ROT 25/4420
Inhoudsindicatie
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke verblijfplaats van eiser. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit omdat de uitschrijving uit de brp van eiser per 14 augustus 2023 geen stand kan houden en herroept het besluit van 8 maart 2024 (besluit I) waarbij eiser per 14 augustus 2023 is uitgeschreven uit de bpr. Het (met inachtneming van deze uitspraak) gevolg van de herroeping van besluit I is dat eiser per 14 augustus 2023 in de brp wordt ingeschreven met daarbij opgenomen dat eiser per die datum niet daadwerkelijk op het adres verblijft; zijn bewoning is ‘in onderzoek’. Het college zal nader onderzoek moeten doen naar het verblijf van eiser vanaf 14 augustus 2023. Nu uit het oordeel van de rechtbank volgt dat het besluit tot uitschrijving op onjuiste gronden is genomen, is onduidelijk of het college de aanvraag om (her)inschrijving op adres X aan een onjuiste grondslag heeft getoetst. Het is, voordat het benodigde gedegen onderzoek is verricht naar eisers verblijf vanaf 14 augustus 2023, onduidelijk of eisers aangifte van 18 juni 2024 als aangifte van adreswijziging of als aangifte van herinschrijving moet worden beschouwd. De rechtbank herroept daarom ook het besluit van 14 oktober 2024 waarbij heeft het college de inschrijving op het adres X heeft afgewezen (besluit II). Dit betekent dat het college, na het onderzoek in verband met besluit I, opnieuw op de aanvraag van eiser van 18 juni 2024 zal moeten beslissen.
Rechters
Advocaten
- mr. R.W.J. van Leeuwen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
