ECLI:NL:RBOBR:2026:6610
Rechtbank Oost-Brabant · 14-09-2026 · zaaknummer 01-316879-22
Inhoudsindicatie
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 primair en subsidiair en feit 2 primair en subsidiair ten laste gelegde omdat er onvoldoende bewijs is voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank acht de onder feit 1 impliciet subsidiair en feit 1 impliciet subsidiair ten laste gelegde mishandeling wel wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank legt op een taakstraf voor de duur van 120 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij 1 gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van € 1.000,00 vermeerderd met de wettelijke rente. De rechtbank legt tevens de schadevergoedingsmaatregel op. De rechtbank zal de vordering van benadeelde partij 2 gedeeltelijk toewijzen tot een bedrag van € 2.566,00 vermeerderd met de wettelijke rente. De rechtbank legt tevens de schadevergoedingsmaatregel op.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
