ECLI:NL:RBOBR:2026:6137
Rechtbank Oost-Brabant · 28-08-2026 · zaaknummer 02/299835-24
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging door het slachtoffer ruim 4,5 maand te bellen, sms-, e-mail,- en appberichten te sturen en bankoverschrijving met berichten naar haar rekening versturen. Ook heeft hij contact gezocht met de werkgever van het slachtoffer en haar collega’s. Verdachte is in 2017 ook al veroordeeld voor belaging van hetzelfde slachtoffer. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van een ander slachtoffer. De feiten kunnen verdachte in verminderde mate worden toegerekend. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, waarvan 184 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Ook legt de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel op die inhoudt dat verdachte voor de duur van vijf jaar geen contact mag opnemen met de slachtoffers. De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van belaging van collega’s van het slachtoffer, omdat zij niet hebben verzocht om vervolging en dat is bij belaging wel een wettelijke eis.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
