ECLI:NL:RBOBR:2026:6050
Rechtbank Oost-Brabant · 27-08-2026 · zaaknummer 25/3699
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat het college de omgevingsvergunning eerste fase voor het veranderen van een varkenshouderij heeft mogen verlenen. Er is geen sprake van één inrichting met een nabijgelegen agrarisch bedrijf en daarom kan niet worden geoordeeld dat om die reden de gevolgen ten aanzien van geur, ammoniak, endotoxines, fijnstof en geluid in het bestreden besluit zijn onderschat. Verder wordt de dichtstbijzijnde bedrijfswoning niet onaanvaardbaar blootgesteld aan endotoxinen. Het college heeft vergunninghoudster ook niet behoeven te verplichten tot het opstellen van een milieueffectrapport, omdat in het besluit toereikend is gemotiveerd waarom geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De rechtbank is verder ten aanzien van de gestelde voorschriften voor de luchtwasser van oordeel dat inderdaad niet vaststaat dat met de vergunde luchtwasser en de hiervoor in de vergunning opgenomen maatregelen de ammoniakreductie waarvan in de toegepaste emissiefactoren wordt uitgegaan, wordt gehaald. Omdat het hier echter geen natuurvergunning betreft maar een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu, er geen wijziging is van het vergunde en ook feitelijk aanwezige luchtwassysteem en van een toename van ammoniak ten opzichte van de bestaande situatie niet is gebleken, ziet de rechtbank hierin geen aanleiding voor een vernietiging van het bestreden besluit.
Advocaten
- I. Brinkman
- mr. E.C.S.F. Frenken
- mr. M.I.J. Toonders
- mr. T.J.H. Verstappen
- mr. V. Wösten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
