ECLI:NL:RBOBR:2026:5719
Rechtbank Oost-Brabant · 29-07-2026 · zaaknummer C/01/405445 / HA ZA 24-379
Inhoudsindicatie
Eiseres vordert betaling van de resterende schuld uit hoofde van een geldleningsovereenkomst. Gedaagde betwist dat zij de schriftelijke geldleningsovereenkomst heeft ondertekend en stelt dat deze haar daarom niet bindt. Daarnaast betwist zij dat het bedrag dat in de geldleningsovereenkomst is genoemd ten volle is opgenomen of gebruikt voor het in die overeenkomst vermelde doel, te weten de verbouwing van een woning. Volgens de rechtbank is de schriftelijke overeenkomst geen akte met bewijskracht nu gedaagde stellig betwist dat zij de handtekening onder de schriftelijke geldleningsovereenkomst heeft geplaatst. Op eiseres rust de bewijslast van de echtheid van de handtekening. Zij wordt daarom in de gelegenheid gesteld bewijs van de echtheid van de handtekening te leveren. De wijze waarop eiseres bewijs wil bijbrengen staat haar vrij.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
