ECLI:NL:RBNNE:2026:4383
Rechtbank Noord-Nederland · 29-05-2026 · zaaknummer LEE 25/1471, 25/1575, 25/1787 en 25/1788
Inhoudsindicatie
Einduitspraak na tussenuitspraak. De rechtbank is van oordeel dat het college de in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebreken in het besluit hersteld heeft. De rechtbank is van oordeel dat het college met de aanvullende motivering voldoende heeft gemotiveerd waarom het bouwplan ruimtelijk aanvaardbaar is. Daarbij acht de rechtbank van belang dat in de omgeving feitelijk hogere bebouwing aanwezig is, zoals de [adres 2] en [adres 3] . Ook acht de rechtbank van belang dat planologisch hogere bebouwing gerealiseerd kan worden. Het argument van eisers dat bij bepaalde bestemmingen een goothoogte van maximaal 3,5 meter is toegestaan, doet hier niet aan af. Dit betekent namelijk niet dat er geen hoge bebouwing gerealiseerd kan worden. Het argument van eisers dat bij de bestemming ‘Gemengd’ één woning per bouwvlak is toegestaan en dat bij de bestemming ‘Wonen’ als hoofdgebouw alleen woonhuizen mogen worden gebouwd, doet hier ook niet aan af, omdat het college moest motiveren waarom de afwijkende bouwhoogte, in samenhang met vorm en volume, op deze locatie passend was. Dat bepaalde bestemmingen beperkingen opleggen op het punt van (het aantal) woningen, is voor die motivering niet relevant. Het college heeft verder voldoende gemotiveerd dat geen sprake is van een onevenredige ruimtelijke of visuele aantasting door het bouwplan, vanwege de positionering van de (gedeeltelijke) derde bouwlaag. De rechtbank oordeelt dat uit de aanvullende onderbouwing blijkt dat en waarom de welstandscommissie het bouwplan als een bijzondere functie en niet als een reguliere woning heeft beoordeeld. De rechtbank kan deze uitleg volgen. Dat het gebouw voor een groot deel uit woningen zal bestaan, doet hier niet aan af, omdat het hier niet gaat om grondgebonden woningen maar om appartementen in een complex. Er wordt bovendien een kinderopvang gerealiseerd in het complex. Uit de aanvullende onderbouwing blijkt ook waarom de welstandscommissie vindt dat het bouwplan voldoende aansluit op de omgeving. Eisers hebben hier niets tegen ingebracht, omdat zij in hun zienswijze aansluiting zoeken bij de criteria voor woningen en stellen dat het bouwplan daar niet aan voldoet. Omdat de welstandscommissie echter (op goede grond) niet getoetst heeft aan deze criteria, is het niet relevant dat het bouwplan niet aan die criteria zou voldoen.
Rechters
Advocaten
- E.E. van der Pal
- E.M. van der Molen
- mr. B. Benard
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
