ECLI:NL:RBNNE:2026:4010
Rechtbank Noord-Nederland · 11-08-2026 · zaaknummer LEE 25/218
Inhoudsindicatie
Deze uitspraak gaat over de hoogte van de aan eiser toegekende schadevergoeding wegens mijnbouwschade aan drie samengevoegde panden. Eiser is het niet eens met de hoogte van de schadevergoeding. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Instituut de hoogte van de schadevergoeding onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd. Eiser heeft met Loket Bevingsschade C.V. (het Loket) een no-cure-no-pay-afspraak gemaakt voor de behandeling van zijn schadeaanvraag. De rechtbank overweegt dat in rechte getoetst moet worden of in het kader van de dubbele redelijkheidstoets de gemaakte kosten voor de behandeling van de aanvraag al dan niet voor vergoeding in aanmerking komen en het niet-vergoeden onevenredige gevolgen voor eiser oplevert. De kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan het adviesrapport van 19 oktober 2023 betreffen in dit geval advies en begeleiding door het Loket per adres op basis van een no-cure-no-pay-afspraak. De rechtbank ziet niet in waarom de door het Loket gemaakte kosten voorafgaand aan het adviesrapport in dit geval geen kosten ter vaststelling van de schade zouden kunnen zijn. Het gaat om het soort werk dat het Loket heeft uitgevoerd. Daarbij is niet van doorslaggevend belang in welke periode de werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Anders dan het Instituut stelt, kan de vergoeding van deze kosten daarom niet enkel worden afgewezen omdat de werkzaamheden voorafgaand aan het adviesrapport hebben plaatsgevonden. Het Instituut heeft dit ten onrechte niet onderkend. De rechtbank ziet geen aanleiding om in het kader van finale geschilbeslechting zelf in deze zaak te voorzien. Onvoldoende duidelijk is geworden waarom in dit geval het gebruik van een no-cure-no-pay-afspraak voor eiser noodzakelijk was. Eiser heeft die noodzaak niet toegelicht. Dit lag wel op zijn weg omdat ter zake van deze gevorderde schade op hem de stelplicht en bewijslast rust. Het Instituut heeft die noodzaak ook niet onderzocht. De no-cure-no-pay-afspraak kan daarom niet dienen als basis voor deze vordering. De rechtbank kan de werkelijke schade in dit geval niet zelf vaststellen, al dan niet door een schatting. Dit komt omdat de rechtbank onvoldoende inzicht heeft gekregen in de hoeveelheid werk die het Loket heeft verricht en zodoende onvoldoende inzicht in het feitelijk aantal bestede uren en het gehanteerde uurtarief. Eiser heeft zijn stelling dat de contra-expert van het Loket bij alle schadeopnames aanwezig was, niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd. Eiser dient stukken aan te leveren waaruit blijkt welke werkzaamheden door het Loket zijn verricht, wanneer die werkzaamheden zijn verricht en hoeveel tijd deze werkzaamheden in beslag hebben genomen. Dergelijke stukken en een beoordeling daarvan door het Instituut, ontbreken in dit geval. Dit betekent dat de rechtbank ook in dit stadium zelf niet kan vaststellen of de werkelijke kosten de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit op bezwaar en geeft het Instituut de opdracht om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Rechters
Advocaten
- mr. B.C. Rots
- mr. G.P. Wempe
- mr. I. Pijper
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
