Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law

ECLI:NL:RBNNE:2026:3785

Rechtbank Noord-Nederland · 10-04-2026 · zaaknummer LEE 24/3236

Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 03-09-2026

Inhoudsindicatie

Einduitspraak na tussenuitspraak. Het college heeft de geconstateerde gebreken niet hersteld. In de aanvullende motivering heeft het college enkele voorwaarden aangehaald waaraan het bouwplan zou moeten voldoen om de bouw van een woning in het buitengebied toe te staan. Zoals eisers terecht stellen, is niet duidelijk waar het college deze voorwaarden vandaan haalt. De rechtbank ziet de door het college aangehaalde voorwaarden niet terug in de Woonvisie en het Addendum en ook niet in de Omgevingsverordening. Artikel 2.13.7 van de Omgevingsverordening stelt wel vier voorwaarden waaraan voldaan moet zijn, wil het college toestemming geven voor de bouw van een woning in het buitengebied. Uit de aanvullende motivering blijkt niet dat het college het bouwplan aan deze voorwaarden heeft getoetst. Daarnaast stelt het Addendum zelf de voorwaarde van de nabijheid van voorzieningen in het kader van de vereiste structuurversterking. Uit de aanvullende motivering blijkt ook niet dat het college deze voorwaarde meegenomen heeft in de beoordeling. Ook met de aanvullende motivering heeft het college daarom niet deugdelijk gemotiveerd waarom in dit geval meegewerkt kan worden aan de bouw van een woning in het buitengebied. Het college heeft in de aanvullende motivering vergunningvoorschrift 1.14 aangepast. Het voorschrift schrijft nu (onder andere) voor dat de landschappelijke inpassing dient te worden uitgevoerd conform het vastgestelde inpassingsplan. Het vastgestelde inpassingsplan bestaat uit drie bijlagen (bijlage 1,2 en 5) die het college bij de aanvullende motivering heeft overgelegd. Bijlage 5 is een (getekende) weergave van de betreffende kadastrale percelen. Tussen het perceel waarop de woning wordt gebouwd en het perceel van nummer 85 is een blokje met stippellijn uitgezet, waarbij met pen ‘Groenstrook’ is ingetekend. Bijlagen 1 en 2 betreffen foto’s van sneeuwlandschappen waarop enkele bomen en struiken te zien zijn. De rechtbank vermoedt dat het de bedoeling is dat op de groenstrook deze gefotografeerde bomen en struiken geplant worden. Dit volgt echter niet uit het voorschrift, niet uit de bijlagen en ook niet uit de aanvullende motivering. Daarnaast is uit de foto’s niet op te maken om wat voor soort bomen en struiken het gaat en wat het (minimale) formaat van de verschillende beplanting moet zijn, terwijl het college in de aanvullende motivering stelt dat duidelijk is gemaakt welke concrete soorten planten, op welke locatie en met welke minimale plantmaat er moeten komen. Dit blijkt evenmin uit het vergunningvoorschrift of uit de aanvullende motivering. Het is daarom voor vergunninghouder niet duidelijk wat hij moet doen om aan vergunningvoorschrift 1.14 te voldoen. Het vergunningvoorschrift is dan ook onvoldoende rechtszeker.

Advocaten

  • J.P. Keizer
  • S. te Raa
  • mr. R. Sieben

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.