ECLI:NL:RBNNE:2019:4047
Rechtbank Noord-Nederland · 11-09-2019 · zaaknummer 8020513 VV EXPL 19-62
Inhoudsindicatie
Vraag of de werkgever kan worden verplicht om de arbeidsovereenkomst met een arbeidsongeschikte werknemer die op heel korte termijn met pensioen gaat op te zeggen, dan wel om een vaststellingsovereenkomst met die werknemer te sluiten gericht op die beëindiging, zodat de werknemer aanspraak kan maken op de transitievergoeding. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend, omdat er naar zijn oordeel geen sprake is van een slapend dienstverband. De nog niet in werking getreden WCT mist daarom toepassing, terwijl de aan de Hoge Raad in verband hiermee gestelde prejudiciële vragen en de door de werknemer genoemde uitspraken niet relevant zijn. Het voorgaande wordt niet anders als moet worden aangenomen dat een deel van de arbeidsovereenkomst reeds is beëindigd. Het beroep op HR 5 oktober 2018 (ECL:NL:HR:2018:1845) kan de werknemer hier evenmin baten, nu er geen sprake is van ontslag en de werknemer geen voorstel heeft gedaan.
Rechters
Advocaten
- mr. B.F.M. Kievitsbosch
- mr. E.E. Dogger
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
