ECLI:NL:RBNHO:2026:13179
Rechtbank Noord-Holland · 30-09-2026 · zaaknummer 12057495 \ CV EXPL 26-269
Inhoudsindicatie
Deze zaak gaat over de vraag of de dochter medehuurder van de woning is geworden, dan wel dat zij de huurovereenkomst van haar overleden moeder met verhuurder mag voortzetten. De dochter heeft onvoldoende onderbouwd dat de samenwoning gericht was op het voeren van een gemeenschappelijke huishouding en zij heeft geen huisvestingsvergunning heeft overgelegd. Daarom moet de vordering gelet op artikel 7:268 lid 3 BW worden afgewezen. De in reconventie door verhuurder gevorderde ontruiming wordt toegewezen. Deze veroordeling wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Rechters
Advocaten
- mr. M.J. Dekker
- mr. S.J. van der Aart
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
