ECLI:NL:RBNHO:2026:11193
Rechtbank Noord-Holland · 04-08-2026 · zaaknummer K/4102/12205431
Inhoudsindicatie
In deze zaak verzoekt de werknemer om hem (op grond van artikel 7:682 lid 1 aanhef en onderdeel b BW) een billijke vergoeding toe te kennen na opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever wegens bedrijfseconomische redenen (met toestemming van het UWV). De billijke vergoeding wordt afgewezen, omdat de werkgever niet heeft opgezegd in strijd met artikel 7:669 lid 1 en lid 3 onderdeel a BW. Evenmin is sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Wel wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van achterstallig loon wegens een inflatiecorrectie die ten onrechte achterwege is gebleven. Dit is een verworven arbeidsvoorwaarde. In verband daarmee moet de werkgever ook een bedrag aan te weinig betaalde transitievergoeding nabetalen. De door de werknemer verzochte gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen, omdat de werkgever de arbeidsovereenkomst niet onregelmatig heeft opgezegd. Het verzoek van de werknemer om het in de arbeidsovereenkomst opgenomen relatiebeding te vernietigen wordt toegewezen, omdat de werknemer in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever door dat beding onbillijk wordt benadeeld.
Rechters
Advocaten
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
