ECLI:NL:RBNHO:2023:1233
Rechtbank Noord-Holland · 17-02-2023 · zaaknummer C/15/323236 / FA RK 21-6064
Inhoudsindicatie
Echtscheidingszaak met nevenvoorzieningen. Vergoedingsrecht. De rechtbank gaat niet mee in de stelling van de vrouw dat de gemeenschap een vergoedingsrecht heeft jegens de man van € 28.798. De vrouw heeft niet aangetoond dat de man alleen voor zichzelf geld van de gemeenschappelijke bankrekening heeft onttrokken. Nu de vrouw de beschikking had (en heeft) over alle bankafschriften van het jaar 2018, lag het op haar weg om concreet aan te geven welke afschrijvingen onttrekkingen ten bate van de man betreffen. De vrouw heeft weliswaar op de zitting gezegd dat uit de afschriften blijkt dat enkele bedragen van de gemeenschappelijke rekening op privérekeningen van de man zijn geboekt, maar nu de privérekeningen van de man ook in de verrekening worden betrokken, volgt hieruit zonder nadere concretisering en onderbouwing, die ontbreekt, niet dat de man deze bedragen van het vermogen van de vrouw voor zich heeft onttrokken. Bijdrage in kosten van de huishouding. De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af om te bepalen dat de man aan haar een bijdrage in de kosten van de huishouding dient te betalen van € 1.047 per maand, met ingang van 1 maart 2022 voor de duur van het huwelijk. Er ontbreekt een wettelijke grondslag voor het verzoek van de vrouw. In echtscheidingsprocedures kan de rechtbank als nevenvoorziening treffen dat een echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud aan de andere echtgenoot moet betalen na de echtscheiding, maar niet dat een echtgenoot een maandelijkse bijdrage in de kosten van de huishouding aan de andere echtgenoot moet betalen voor de duur van het huwelijk. Pensioenverevening. Het verzoek van de vrouw om voor recht te verklaren dat partijen hun ouderdomspensioen dienen te verevenen conform de WVPS, wordt toegewezen. Partijen hebben de volgende bepaling in hun in 1988 gesloten huwelijkse voorwaarden opgenomen: ‘Aanspraken op pensioen en hetgeen daarvoor is opgeofferd worden niet verrekend overeenkomstig artikel 8, echter met uitzondering van periodieke uitkeringen die vervallen ingevolge een recht op ingegaan pensioen.’. Niet gebleken is dat partijen hebben beoogd een regeling te treffen met het oog op een eventuele echtscheiding. De bepaling sluit verrekening, in de zin van het in de huwelijkse voorwaarden opgenomen verrekenbeding, van aanspraken op nog niet ingegaan pensioen en van de betaalde premies uit. Deze bepaling sluit derhalve uit dat op grond van het overeengekomen periodieke verrekenbeding aanspraak gemaakt kan worden op verrekening van betaalde pensioenpremie of de waarde van het pensioen voor zover dit nog niet opeisbaar is. Uit deze bepaling kan evenwel niet worden afgeleid dat partijen de pensioenverevening uitdrukkelijk hebben willen uitsluiten.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
