ECLI:NL:RBMNE:2026:5879
Rechtbank Midden-Nederland · 15-06-2026 · zaaknummer UTR 25/2626
Inhoudsindicatie
Naheffingsaanslag parkeerbelasting, mondeling uitspraak. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het voor eiser kenbaar had kunnen zijn dat er sprake was van betaald parkeren, omdat bij het inrijden van de betaald parkeerzone borden staan die aangeven dat men een betaald parkeerzone inrijdt. Eiser heeft het bestaan van de borden bij het inrijden van de betaald parkeerzone niet betwist. De heffingsambtenaar hoeft niet op elke straat binnen een betaald parkeerzone opnieuw bebording aan te brengen dat er plekke betaald parkeren geldt. Bovendien zijn de borden die voor november 2024 ter plaatse stonden waarop stond aangegeven dat de betaald parkeerzone werd verlaten, weggehaald. De rechtbank is van oordeel dat het voor eiser voldoende kenbaar had kunnen zijn dat er sprake was van betaald parkeren. Het beroep is ongegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- R. Delhez
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
