ECLI:NL:RBMNE:2026:5654
Rechtbank Midden-Nederland · 15-07-2026 · zaaknummer C/16/609383 / BE ZA 26-13
Inhoudsindicatie
Erfrecht, erflaatster heeft in haar testament bepaald dat haar dochter erfgenaam is voor een deel gelijk aan de legitieme portie en zij heeft in haar testament zelf al een verdeling gemaakt, in die zin dat alle goederen van de nalatenschap zijn toegedeeld aan gedaagde (een andere erfgenaam) onder de last om het erfdeel van de dochter te voldoen. De bewindvoerder van de dochter vordert op grond van artikel 223 Rv (voorlopige voorziening in een lopende procedure) een afschrift van stukken die nodig zijn om de omvang van het erfdeel van dochter te kunnen berekenen. De vordering kan niet op dit wetsartikel worden gegrond. Artikel 4:78 BW biedt wel een grondslag voor de vordering. Dit artikel is namelijk naar analogie van toepassing.
Rechters
Advocaten
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
