ECLI:NL:RBMNE:2026:5315
Rechtbank Midden-Nederland · 19-08-2026 · zaaknummer 12139045 \ MC EXPL 26-1373
Inhoudsindicatie
Eiser bezit een aantal auto’s die hij van een derde (financial) least. Partijen zijn voor een drietal auto’s een ‘bruikleenovereenkomst’ voor twee jaar aangegaan, die vanwege de door partijen afgesproken financiële tegenprestatie kwalificeert als een huurovereenkomst. Het gaat om een Mercedes C-klasse, een Mercedes E-klasse en een Jaguar, die eiser vanaf 30 juni 2024 tegen een bepaald bedrag per maand aan gedaagde verhuurde en die zouden worden gebruikt in het taxibedrijf van de man van gedaagde. Partijen kwamen daarbij overeen dat gedaagde voor alle auto’s de autoverzekering, het onderhoud, eventuele reparaties en verkeersboetes zou betalen. In januari 2025 is er abrupt een einde gekomen aan de verhuur van de auto’s: eiser heeft de auto’s bij gedaagde opgehaald. In conventie vordert eiser betaling van achterstallig(e) huur, premie autoverzekering, onderhoud, reparaties, verkeerboetes, resterende termijnen van zijn financiering, rente en kosten. Gedaagde is het hier niet mee eens. Gedaagde stelt niets meer aan eiser verschuldigd te zijn. Door het handelen van eiser zou zij juist schade hebben geleden. In reconventie vordert gedaagde daarom een tweetal verklaringen van recht, samengevat inhoudende dat gedaagde door het handelen van eiser schade heeft geleden en daarnaast betaling van € 30.000,00 aan schade en eveneens rente en kosten. De kantonrechter zal de vorderingen in conventie deels toewijzen en de vorderingen in reconventie geheel afwijzen. Dit wordt hieronder uitgelegd.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
