ECLI:NL:RBMNE:2025:6245
Rechtbank Midden-Nederland · 12-11-2025 · zaaknummer 11875218 \ MV EXPL 25-158
Inhoudsindicatie
Het gaat in deze zaak om een werknemer die in dienst wil treden bij een directe concurrent van zijn werkgever. Het concurrentiebeding dat sinds 2018 op zijn arbeidsovereenkomst van toepassing is verzet zich hier echter tegen. De werknemer wil met dit kort geding bereiken dat hij in dienst kan treden van deze concurrent, maar zijn vorderingen worden afgewezen. De kantonrechter vindt het voldoende aannemelijk dat het concurrentiebeding nog steeds geldig is en niet opnieuw schriftelijk hoefde te worden overeengekomen. Ook is niet aannemelijk dat de werknemer in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld en dat hij bij handhaving van het concurrentiebeding in belangrijke mate wordt belemmerd om anders dan in dienst van de werkgever werkzaam te zijn. Hij krijgt daarom ook geen vergoeding toegekend om de gevolgen van het concurrentiebeding te compenseren.
Rechters
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
