ECLI:NL:RBMNE:2025:394
Rechtbank Midden-Nederland · 13-02-2025 · zaaknummer UTR 24/3082-V en UTR 24/3086-V
Inhoudsindicatie
In deze uitspraak verklaart de rechtbank het verzet van opposanten gegrond. Het stond naar het oordeel van de rechtbank niet buiten redelijke twijfel dat de beroepen van opposanten niet-ontvankelijk waren. De op 31 juli 2024 door de rechtbank gedane uitspraak buiten zitting vervalt daarmee. De rechtbank doet ook meteen opnieuw uitspraak op de beroepen. In de bodemzaak oordeelt de rechtbank dat de Chw op de procedures van toepassing is. Opposanten moesten daarom binnen de beroepstermijn hun beroepsgronden indienen. Het binnen de termijn ingediende beroepschrift bevat naar het oordeel van de rechtbank geen gronden. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk.
Rechters
Advocaten
- mr. A. van Rossem
- mr. E.D. van Tellingen
- mr. M.Y.C.L. de Wit
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
