ECLI:NL:RBDHA:2026:823
Rechtbank Den Haag · 20-01-2026 · zaaknummer NL25.35592
Inhoudsindicatie
De minister zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van het samenwonen, de medische afhankelijkheidsrelatie en de afhankelijkheidsrelatie die zou ontstaan vanwege de gedeelde ervaringen, referent en zijn familieleden ook zonder de hulp van elkaar functioneren, zodat van bijkomende elementen van afhankelijkheid niet is gebleken. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024 heeft de minister daarmee een onjuist beoordelingskader gehanteerd. De minister heeft door de wijze van toetsen het “zelfstandig functioneren” niet slechts als een onderdeel bij de beoordeling betrokken, maar doorslaggevend geacht.
Rechters
Advocaten
- mr. E. Geçer
- mr. P.A.J. Mulders
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
