ECLI:NL:RBDHA:2026:4512
Rechtbank Den Haag · 06-03-2026 · zaaknummer NL25.56933
Inhoudsindicatie
De rechtbank is van oordeel dat de minister in de bestreden beschikking eisers verklaringen kenbaar en in onderlinge samenhang heeft beoordeeld en gewogen. De minister heeft daarbij alle relevante aspecten betrokken en voldoende gemotiveerd waarom het asielrelaas niet geloofwaardig is. Daarbij is ook rekening gehouden met het referentiekade van eiser. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister in dit geval, ondanks dat gebruik is gemaakt van WI 2024/6, niet een met het Unierecht strijdige geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt, zodat het beroep ongegrond is.
Rechters
Advocaten
- mr. G.J. Westendorp
- mr. T.M. van der Wal
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
