ECLI:NL:RBDHA:2026:30470
Rechtbank Den Haag · 13-10-2026 · zaaknummer NL23.21325
Inhoudsindicatie
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel is genomen. Verweerder heeft in dit specifieke geval namelijk niet kunnen aannemen dat het in het belang van eiseres is om bij haar moeder in Jordanië te verblijven in plaats van bij haar grootouders in Nederland. Eiseres krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en te bepalen dat eiseres alsnog een verblijfsvergunning krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. Onder 4 en 5 staan de geschilpunten tussen partijen. Onder 6 staat het juridisch kader. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 7. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.
Rechters
Advocaten
- mr. C.J. Ullersma
- mr. K.E. Heins
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
