ECLI:NL:RBDHA:2026:29662
Rechtbank Den Haag · 07-10-2026 · zaaknummer NL23.33075
Inhoudsindicatie
Vovo hangende beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een reguliere vergunning voor verblijf bij partner. Verzoekster is al jaren in Nederland en voldoet aan alle voorwaarden voor vergunningverlening. Zij is hoogzwanger van haar kind dat de Nederlandse nationaliteit zal hebben. De aanvraag is afgewezen wegens het ontbreken van een mvv. In de beroepszaak heeft verzoekster onder meer aangevoerd dat het mvv-vereiste discriminatie oplevert naar nationaliteit en/of afkomst. De meervoudige kamer heeft het beroep en het verzoek gezamenlijk behandeld en het beroep nadien heropend en aangehouden in afwachting van het antwoord op de prejudiciële vraag van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak van 11 juni 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:2628). Het verzoek is terugverwezen naar de enkelvoudige kamer. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, schorst het bestreden besluit en het primaire besluit tot de uitspraak op het beroep en draagt de minister op verzoekster te behandelen als ware zij in het bezit van een machtiging tot voorlopig verblijf en aan haar binnen één week na deze uitspraak de gevraagde verblijfsvergunning te verlenen. Gelet op het vergevorderde stadium van de zwangerschap van verzoekster weegt haar belang bij het kunnen afsluiten van een zorgverzekering voor een voorspoedige bevalling zwaarder dan het belang van de minister om vast te houden aan het mvv-vereiste tot aan de bevalling van verzoekster.
Rechters
Advocaten
- M. Fayez
- R. Lacin
- mr. A.G. Kleijweg
- mr. I.A.G. Lodders
- mr. J. Kennis
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
