ECLI:NL:RBDHA:2026:29555
Rechtbank Den Haag · 05-10-2026 · zaaknummer NL25.13333 en NL24.1404
Inhoudsindicatie
Beroep op artikel 8 EVRM (privéleven). Tegenstrijdige belangenafweging. De minister stelt enerzijds dat het in het voordeel van eiseres en de kinderen meeweegt dat de kinderen in Nederland naar school gaan, maar stelt anderzijds dat de omstandigheid dat de kinderen hier naar school gaan en hier sociale contacten zijn aangegaan inherent is aan een langdurig verblijf in Nederland en daarmee niet bijzonder is. Belangenafweging is daarnaast in strijd met de uitspraken van de Afdeling van 1 juli 2026, waaruit volgt dat de minister aanzienlijk gewicht moet toekennen aan de schoolgang, contacten en activiteiten van een minderjarige vreemdeling, bezien vanuit het belang van het kind. De minister moet de belangen van de kinderen nader onderzoeken en een nieuw besluit met een nieuwe belangenafweging maken. Bereoep gegrond, vovo afgewezen.
Rechters
Advocaten
- L. Visser
- mr. C. van Es
- mr. V. Sarkisian
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
