ECLI:NL:RBDHA:2026:27276
Rechtbank Den Haag · 18-09-2026 · zaaknummer NL25.20857 NL25.20858
Inhoudsindicatie
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning onder de beperking verblijf als familie- of gezinslid bij zijn broer. De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiser niet wordt vrijgesteld van het mvv-verieste op medische gronden en ook niet op grond van artikel 8 van het EVRM. Eiser heeft uitgezaaide longkanker. De rechtbank oordeelt dat, gelet op de ernst van de aandoening, de aard van de ingezette medische behandelingen en de blijvende nacontroles die eiser moet ondergaan bij de longarts, het onevenredig bezwarend is voor eiser dat de minister alleen acht heeft geslagen op de indicatieve termijn van drie tot zes maanden in het kader van de mvv-vrijstelling op medische gronden. Wat betreft de meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie in het kader van artikel 8 van het EVRM, is rechtbank van oordeel dat de minister niet alle elementen op de juiste wijze heeft beoordeeld. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- mr. J. Werner
- mr. M.L.A. Berkelmans
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
