ECLI:NL:RBDHA:2026:27271
Rechtbank Den Haag · 17-09-2026 · zaaknummer NL26.52221
Inhoudsindicatie
Kennisgeving artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. De minister heeft de ophouding terecht gebaseerd op artikel 50, derde lid, van de Vw. Verder is de rechtbank van oordeel dat gelet op de tegenstrijdigheid in de M105-A, het onduidelijk is of de verschillende mededelingen aan eiser zijn gedaan en of dit in de juiste taal is gedaan. Daarom ziet de rechtbank aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten. Ten aanzien van het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling (M110) ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat eiser daar in zijn belangen is geschaad. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister heeft voldaan aan zijn informatieplicht. Beroep ongegrond, wel pkv.
Rechters
Advocaten
- mr. E. Schoneveld
- mr. P.A.L.A. van Ittersum
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
