ECLI:NL:RBDHA:2026:26071
Rechtbank Den Haag · 04-09-2026 · zaaknummer NL26.45563 en NL26.45785
Inhoudsindicatie
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder Oostenrijk terecht verantwoordelijk heeft geacht voor de behandeling van de asielaanvraag. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder had moeten betrekken dat eiser een echtgenote en minderjarige dochter heeft die in Nederland een lopende asielprocedure hebben. Het standpunt van eiser dat zij in Nederland asiel hebben aangevraagd en hij bij hen wil zijn, is geen nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 43, eerste lid, aanhef en onder b, van de AMBV. Op grond van artikel 43, eerste lid, aanhef en onder c, van de AMBV is de rechtbank bevoegd om te beoordelen of inbreuk is gemaakt op de artikelen 25 tot en met 28 en artikel 34, in het geval van op grond van artikel 36, lid 1, punt a), overgenomen personen. Ten aanzien van eiser is echter een terugnameverzoek gedaan. Ook een beroep op artikel 8 van het EVRM slaagt niet. Hoewel de rechtbank aanneemt dat eiser familieleven heeft met zijn gestelde echtgenote en dochter, ziet zij niet in waarom eisers echtgenote en dochter niet naar Oostenrijk zijn gereisd in plaats van naar Nederland. Zij zijn Europa immers later ingereisd dan eiser zelf. Het is de rechtbank verder niet duidelijk waarom zij, na de asielaanvraag in Nederland, niet door Oostenrijk zijn overgenomen op grond van artikel 10 Dublinverordening. Het was aan eiser om hier informatie over te verschaffen.
Rechters
Advocaten
- mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki
- mr. J.A. Weststrate
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
