ECLI:NL:RBDHA:2026:25621
Rechtbank Den Haag · 04-09-2026 · zaaknummer NL26.49893
Inhoudsindicatie
Beroep bewaring art. 59 Vw. Door de minister is voorafgaand aan het opleggen van de inbewaringstelling onvoldoende onderzocht in hoeverre de zorg van eiser voor zijn zieke vrouw noodzakelijk was. In de maatregel is daarmee ook onvoldoende kenbaar gemotiveerd waarom niet kon worden volstaan met een lichter middel dan de inbewaringstelling. Dit motiveringsgebrek maakt de inbewaringstelling vanaf aanvang onrechtmatig. Het beroep is gegrond en de rechtbank beveelt opheffing van de vreemdelingenbewaring.
Rechters
Advocaten
- mr. A.D. Kupelian
- mr. C.M.F.M. van Rijckevorsel
- mr. S.J. de Vries
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
