ECLI:NL:RBDHA:2026:25229
Rechtbank Den Haag · 25-08-2026 · zaaknummer NL26.41933 & NL26.41934
Inhoudsindicatie
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze asielaanvraag niet in behandeling hoeven nemen, omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is. Eiser heeft namelijk eerder een asielaanvraag ingediend in Duitsland. Verweerder mag voor Duitsland uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank is van oordeel dat verweerder geen nader onderzoek had hoeven te doen naar de medische en psychische kwetsbaarheid van eiser. Eiser is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat hij in een bijzonder slechte gezondheidssituatie verkeert en dat de overdracht aan Duitsland leidt tot aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor zijn gezondheid zal leiden. Ook is niet gesteld of gebleken dat de benodigde medische zorg niet voorhanden is in Duitsland. De rechtbank is ook van oordeel dat verweerder, ook wanneer alles in samenhang wordt bezien, geen reden heeft hoeven zien om gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid om eisers asielaanvraag aan zich te trekken
Rechters
Advocaten
- mr. E.J.M.C. Jansen
- mr. S.H. van Wingerden
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
