ECLI:NL:RBDHA:2026:23261
Rechtbank Den Haag · 18-08-2026 · zaaknummer NL26.44536
Inhoudsindicatie
Kennisgeving artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a Vw. De rechtbank is allereerst van oordeel dat tussen de inbewaringstelling van eiser en het vertrek uit de politiecel zijn in dit geval minder dan 24 uur verstreken. Gelet hierop heeft eiser niet te lang in een politiecel gedetineerd gezeten. Verder kunnen de bewaringsgronden de maatregel van bewaring dragen en zijn deze voldoende om een onderduikrisico aan te nemen. Daarnaast heeft de minister terecht geen toepassing gegeven aan een lichter middel dan de inbewaringstelling. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister ook voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. Beroep ongegrond
Rechters
Advocaten
- D. Jankovic
- mr. H. Loth
- mr. R.L.F. Zandbelt
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
