ECLI:NL:RBDHA:2026:21092
Rechtbank Den Haag · 28-07-2026 · zaaknummer NL23.29544, 23.39546 en 23.29548
Inhoudsindicatie
Einduitspraak na prejudiciële verwijzing. Het Hof heeft de prejudiciële vragen van de rechtbank beantwoord in het arrest Ebilum. Deze einduitspraak volgt op dit arrest. Aan de hand van dit arrest komt de rechtbank tot het oordeel dat zij 1) zelf onderzoek mag verrichten naar de feiten, 2) aan de hand van dat onderzoek een eigen oordeel mag geven over de geloofwaardigheid van de asielrelazen en de behoefte aan internationale bescherming en 3) dat van een redelijke mate van waarschijnlijkheid – de drempel voor een gegronde vrees voor vervolging – sprake is zodra het risico op vervolging groter is dan slechts een mogelijkheid. De rechtbank kent aan eisers een (afgeleide) verblijfsstatus toe en draagt de minister op verblijfsvergunningen c.q. verblijfstitels te verlenen. Aan deze veroordeling worden, nu eisers hierom hebben verzocht, dwangsommen verbonden.
Rechters
Advocaten
- S. Khudaida
- mr. G.W. Wezelman
- mr. S. Pamir
- mr. S. Rafi
- mr. T. Neijzen
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
