ECLI:NL:RBDHA:2026:21085
Rechtbank Den Haag · 28-07-2026 · zaaknummer NL24.1518
Inhoudsindicatie
Einduitspraak na prejudiciële verwijzing. Het Hof heeft de prejudiciële vragen van de rechtbank beantwoord in het arrest Quotal. Deze einduitspraak volgt op dit arrest. Aan de hand van dit arrest komt de rechtbank tot het oordeel dat zij 1) zelf onderzoek mag verrichten naar de feiten en 2) aan de hand van dat onderzoek een eigen oordeel mag geven over de geloofwaardigheid van de asielrelazen en de behoefte aan internationale bescherming. In de tussenuitspraak had de rechtbank geoordeeld dat eiser in het verleden reeds was blootgesteld aan ernstige schade. Omdat een deel van die blootstelling voortkwam uit een toegedichte afvalligheid, en dus verband hield met een geloofsovertuiging, komt de rechtbank in deze einduitspraak tot het oordeel dat eiser als vluchteling moet worden aangemerkt. Daarbij wijst de rechtbank erop dat de drempel voor een ‘gegronde vrees’ en ‘reëel risico op ernstige schade’ hetzelfde is. De rechtbank kent aan eiser een verblijfsstatus toe en draagt de minister op een verblijfsvergunning c.q. verblijftitel te verlenen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- mr. G.P.G. Willemse-Schoenmakers
- mr. G.W. Wezelman
- mr. S. Pamir
- mr. S. Rafi
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
