ECLI:NL:RBDHA:2025:24749
Rechtbank Den Haag · 18-12-2025 · zaaknummer NL25.28277
Inhoudsindicatie
Eiser heeft een aanvraag voor een W2-document ingediend. De minister heeft deze aanvraag afgewezen, omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden om in aanmerking te komen voor een W2-document. In geschil is de vraag of de minister zijn hoorplicht heeft geschonden, of het besluit voldoende gemotiveerd is en of eiser op grond van het (unierechtelijk) evenredigheidsbeginsel dan wel maatwerk alsnog in aanmerking dient te komen voor een W2-document. Eiser voert onder andere aan dat hij zonder W2-document niet alle geplande re-integratieactiviteiten kan verrichten. Dit kan gevolgen hebben voor de ambtshalve beoordeling van gratie. De rechtbank is van oordeel dat de minister zijn hoorplicht niet heeft geschonden. De rechtbank is verder van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, omdat verweerder niet is ingegaan op de bezwaargrond van eiser dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. De minister heeft met de aanvullende motivering in het verweerschrift en ter zitting echter alsnog voldoende gemotiveerd waarom het beroep op het evenredigheidsbeginsel niet kan slagen. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister geen aanleiding heeft hoeven zien om in het geval van eiser maatwerk te leveren door het verstrekken van een identificerend document waarvoor geen grondslag in het recht bestaat.
Advocaten
- mr. A. van der Plas
- mr. A.J. Hakvoort
- mr. J.C.E. Hoftijzer
- mr. J.V. de Kort
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
