ECLI:NL:RBDHA:2024:13934
Rechtbank Den Haag · 23-08-2024 · zaaknummer 23/4692 en 23/7470
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft aan eiseres een boete van € 12.640.000,- opgelegd omdat zij, zonder vergunning, gelegenheid heeft gegeven aan consumenten in Nederland om online aan kansspelen deel te nemen. Ook zijn er boeteverhogende omstandigheden geconstateerd. In een appart besluit heeft verweerder het bestreden besluit openbaar gemaakt. Volgens eiseres is de boete ontrecht opgelegd en op de verkeerde wijze berkend. De rechtbank heeft bepaald dat het beroep gegrond is omdat verweerder in de beslissing op bezwaar bij de berekening van het boetemaximum een andere uitleg van het begrip ‘omzet’ als bedoeld in artikel 35a, tweede lid, van de Wok heeft gebruikt dan zij in het verweerschrift en ter zitting heeft gehanteerd. Inmiddels zijn partijen het er over eens dat ‘omzet’ bij de berekening van het wettelijk boetemaximum moet worden uitgelegd als het BSR. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet echter reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Dit omdat naar het oordeel van de rechtbank dit geen gevolgen heeft voor de daadwerkelijk opgelegde boete, die wel op de juiste wijze is vastgesteld en terecht aan eiseres is opgelegd. Ook na de herberekening van het wettelijk boete maximum blijft de opgelegde boete ver onder dit wettelijk maximum. Het gewijzigde inzicht over de berekening van het wettelijke boetemaximum heeft materieel gezien dan ook geen gevolgen voor de aan eiseres opgelegde boete. Het beroep tegen het openbaarmakingsbesluit is ongegrond.
Advocaten
- mr. G.S. Billet
- mr. J.L. Vissers
- mr. S.H. van der Veldt
Gemachtigden en juristen in deze zaak
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
