ECLI:NL:RBAMS:2026:8441
Rechtbank Amsterdam · 21-08-2026 · zaaknummer 13/226637-25
Inhoudsindicatie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft geslagen en getrapt tegen het hoofd, de benen en zij van het slachtoffer. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer met een riem dan wel met zijn handen heeft gewurgd. De rechtbank constateert dat het slachtoffer letsel in haar nek dan wel hals heeft, maar het is de rechtbank op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzittingen van 13 februari 2026 en 7 augustus 2026 onvoldoende duidelijk geworden hoe dit letsel is ontstaan. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat verdachte de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bij slachtoffer bewust heeft aanvaard, zodat verdachte wordt vrijgesproken van de primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling. De bewezenverklaarde handelingen kunnen wel worden gekwalificeerd als een mishandeling. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en krijgt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
