ECLI:NL:RBAMS:2025:6905
Rechtbank Amsterdam · 29-08-2025 · zaaknummer 13/181780-25
Inhoudsindicatie
Een 55-jarige man is ten aanzien van feit 1 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden omdat hij zich samen met zijn zoon schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van opzettelijk vervoeren van heroïne. Verdachte is ten aanzien van feit 2 primair vrijgesproken van een poging tot zware mishandeling van een brigadier omdat er geen aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bestond. Subsidiair is dit feit ten laste gelegd als het beletten/belemmeren dan wel verijdelen van een ambtelijk bevel op grond van artikel 184 Sr. De rechtbank spreekt verdachte ook hiervan vrij omdat artikel 184 Sr ziet op het niet-naleveren van bevelen of vorderingen door een ambtenaar gegeven, die op grond van een wettelijk voorschrift gerechtigd is tot het geven van een dergelijk bevel of vordering. Zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld op 3 februari 2015 (ECLI:NL:HR:2015:199) is daarvan geen sprake in geval van een bevel/vordering op grond van artikel 160 WvW. Het niet opvolgen van een dergelijk bevel is strafbaar gesteld in artikel 177 WVW en dat artikel houdt niet uitdrukkelijk in dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van de vordering.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
